Website: www.deaconofdeath.org

Award:

 

Golden Calf Dutch Film festival

"A tale so intimate and suspenseful that is has the feel of a novel."
Anne-Marie O'Connor, LA Times.
Other reviews: Cambodian Daily, The Power of Culture.
Dutch Reviews: NRC Handelsblad, Volkskrant, Het Parool, GPD.


Bestel deze film nu!

Op zoek naar recht in hedendaags Cambodja. Gouden Kalf op het Nederlandse film festival. De jury: "a moving story in which a Cambodian woman dares to confront the man whom she holds responsible for the death of her family. Convincingly and with respect the director has depicted this almost classic drama of good and evil, crime, punishment and forgiveness.". A new DVD with extra's is being produced within the framework of the Khmer Rouge Tribunal in Cambodia.


U beschikt niet over de Adobe FlashPlayer. Klik hier om deze te downloaden

Op zoek naar recht in hedendaags Cambodja


A film by Jan van den Berg and Willem van de Put.

Cambodja, 1977. De Khmer Rouge zijn al twee jaar aan de macht. Sok Chea, ?Zij die beter wordt?, is dan acht jaar. Tijdens de terugkeer van haar werk in de rijstvelden hoort ze geschreeuw van iemand in nood. Het komt uit de tempel. Door een kier in één van de luiken ziet ze hoe dronken mannen lachend de buik van een man opensnijden en de ingewanden eruit halen. Bang dat iemand haar in de gaten krijgt, maakt Sok Chea dat ze weg komt. Ze weet dat ze geen schijn van kans zal maken als ze wordt gesnapt. 

Sok Chea was ondergebracht in de beruchte Ang Tasom gevangenis, waarover een zekere Karoby met straffe hand de scepter zwaaide. De wrede gebeurtenis waarvan zij getuige was staat haar nog op het netvlies gebrand. Pas later kwam zij er achter wat de mannen precies deden. Zij aten de levers van hun slachtoffers en dronken daarbij een mengsel van bloed en galsap.

Over de gruwelijkheden in de tijd van Pol Pot valt in overvloed te vertellen. In de drie jaar en acht maanden dat de Khmer Rouge aan het bewind waren, zijn naar schatting zo?n tweemiljoen Cambodjanen omgekomen door honger, uitputting, martelingen en executies. Ang Tasom bevond zich in de streek waar de Khmer Rouge het ergste hebben huis gehouden. Van de daders is nog niemand veroordeeld. 

Ook Karoby leidt een rustig leven. In het dorpje waar eens de gevangenis stond, zo?n honderd kilometer ten zuidoosten van Phnom Penh, vervult hij nu de eerzame rol van Deacon of Death, ceremoniemeester bij crematies, en is hij actief in de politiek. Daarnaast is hij een alom gewaardeerd traditioneel genezer. Al met al een gerespecteerd man. Sok Chea vindt echter dat hij ter verantwoording geroepen moet worden voor zijn wrede rol in het verleden. Door zijn toedoen verloor zij een groot deel van haar familie. Bovendien had hij de leiding over de mannen in de tempel. Maar wat betekent recht in het hedendaagse Cambodja, waar de corruptie is geïnstitutionaliseerd, een goed functionerend rechtssysteem niet bestaat en de angst diep is geworteld. Een land waar het boeddhisme een grondhouding genereert die is gebaseerd op de werking van karma en is gericht op vergeving.
Samen met haar voortvarende vriendin Theary Chan verzamelt Sok Chea informatie over Karoby. Tijdens de zoektocht naar bewijzen tegen hem wordt duidelijk hoe veelzijdig de werkelijkheid is en hoe complex de waarheid: ingewikkelder dan wij op het eerste gezicht denken. Deacon of Death laat zien wat het in Cambodja betekent om in het reine te komen met het verleden.

Achtergronden

Cambodja staat nu op het punt, al dan niet onder druk van de internationale gemeenschap, zijn beulen te berechten. Onduidelijk is tot nu toe in wat voor systeem dat moet gebeuren. De Cambodjaanse samenleving heeft een heel eigen benadering van gerechtigheid. De vertaling ervan in het Khmer is: ?vergiffenis schenken?. Tegen deze achtergrond voltrekt zich de queeste van Sok Chea in de documentaire Deacon of Death.

In 1979, toen er een einde was gekomen aan het schrikbewind van de Khmer Rouge, werd Pol Pot in een schijnproces veroordeeld. Vele jaren later zei hij in een interview: ?I would like to tell you, that I came to carry out the struggle. Not to kill people. My conscience is clear.? Op 17 april 1998 stierf hij. 

De vraag is of met het schijnproces in 1979 de zaak voor de vele slachtoffers is afgedaan. Een tribunaal ter berechting van de misdrijven gepleegd tijdens het bewind van Pol Pot, vormt al jarenlang een bron van discussie tussen de Cambodjaanse regering en de Verenigde Naties. Veel Cambodjanen vinden het voor zo?n tribunaal nog te vroeg. Ze zijn bang dat het het land zal destabiliseren. De vrede is nog zo fragiel. 

De terughoudendheid bij het tribunaal wordt ook gevoed door het boeddhisme. Hoewel dit geen grote rol speelt in het dagelijkse leven van Cambodja, geeft het nog wel in belangrijke mate vorm aan het leven. Het "wiel" van het bestaan, de eeuwigdurende wederkeer, heeft een effect op de manier waarop mensen in het leven staan en hun houding ten opzichte van geleden leed. De hoop is gevestigd op het herboren worden in een beter leven. Het boeddhisme heeft weinig met wraak van doen. Waarom daders vervolgen als zij nog vele levens lang zullen lijden?

Naast alle angst, twijfels en scepsis met betrekking tot de berechting van de misdadigers, zijn er ook Cambodjanen die voorzichtig aan verheugd raken over de komst van het tribunaal. Hopelijk hoeft er niet lang te worden onderhandeld over de vraag wie er gaat opdraaien voor de kosten ervan: zo?n 56 miljoen dollar. Met langer dralen zullen de meeste verdachten door hun hoge leeftijd vanzelf zijn uitgestorven.

Aantekeningen van Willem van de Put

Over Wraak, Karma en Rechtvaardigheid in Cambodja bezien vanuit de gezichtspunten van verschillende betrokkenen.

Karoby heeft door zijn daden een ?schuld? op zich geladen. Dit is niet, zoals het Theravada boeddhisme stelt, een ?schuld jegens anderen?. Van betekenis hierbij is het boeddhistische besef van ?zonde?. Dit moeten we zien als de optelsom van Karoby?s goede en slechte daden: zijn bon-baap (goed) en zijn kamma (slecht) vormen zijn saldo op de rekening, de rekening die hem uiteindelijk tot verlossing kan brengen. Mocht hij kiezen voor de boeddhistische weg, dan wacht hem een lange periode (vele levens, vele reïncarnaties) om door goede daden voldoende positief saldo te verzamelen om ooit aan de eeuwige kringloop van incarnaties te kunnen ontsnappen. Mocht hij niet kiezen voor die weg, dan blijft hij steken in het rijk der verschijnselen, de niet-echte wereld van het lijden (dat het leven nu eenmaal is). Dit lijden wordt uiteindelijk ieder mens teveel. Juist daarom zal hij niet niet kunnen kiezen voor de boeddhistische weg, die uit het lijden voert. 

De slachtoffers van Karoby zijn volgens dezelfde redenering mensen die in de persoon van Karoby het instrument van de ?voorzienigheid? treffen ? het ondergaan van de wreedheid van Karoby mogen zij op het conto schrijven van hun persoonlijke saldo. De ellende die je in je leven treft is immers een gevolg van je eerdere handelingen. 
Karoby redeneert hetzelfde: het feit dat hij heeft oveleefd, dat hij niet door wraakzuchtige houthakker om het leven is gebracht, is voor hem een bewijs van zijn ?positeve saldo?, zijn goede karma. Hij klampt zich daaraan vast ? niet omdat hij niet zou beseffen wat de ernst van zijn situatie is, maar juist omdat hij beseft hoe ernstig hij eraan toe is. Hij heeft iets nodig, een houvast, en dat houvast ligt ?m in het gegeven dat hij ergens, ooit, ook iets goeds gedaan moet hebben ? anders zou hem niet gegund zijn een begin te maken met het opbouwen van goed karma. Want dat is wat hij doet: zoals zijn slechte daden hem en zijn omgeving al in dit leven beroeren, zo kan hij nu ook al een begin maken met zijn eigen ?wiedergutmachung?. 

De gemeenschap waarin hij leeft lijkt dit te accepteren. Ze kan natuurlijk ook niet veel anders, en bij Ut zie je dit ongemak tussen het besef van wat Karoby is en hoe hij (Ut) ermee moet omgaan vrij duidelijk. Anderen hebben er meer moeite mee, zoals de houthakker. Die worstelt zichtbaar met de mogelijkheid die hij voorbij heeft laten gaan om Karoby te doden. Onder druk van vrienden deed hij het indertijd niet, en hij had verwacht daar op zijn minst informatie voor terug te krijgen. Die heeft hij tot nu toe niet niet gehad. Hij blijft dus met een onverwerkte dood zitten: hij kan zijn vader niet de laatste eer bewijzen en daarmee zijn geest vrijmaken. Dat komt door Karoby, die nog rondloopt met de kennis die daartoe de sleutel is. Dat probleem heeft Ut (geen direct slachtoffer) niet.

De confrontatie in de pagode tussen Karoby en Sok Chea is zeer ongebruikelijk in Cambodja. Het vermijden van dit soort confrontaties is in Cambodja juist tot een vorm van kunst verheven. De monnik, bij deze bijzondere gelegenheid aanwezig, heeft in feite geen instrumentarium tot zijn beschikking om dit in goede banen te leiden. Hij moet het hebben van argumentatie ? een in Cambodja niet erg indrukwekkend middel. Vergelijk het verloop van de confrontatie maar met de beelden die we van andere rituelen in de film zien: daar weet iedereen precies wat hij moet doen. Waar je moet staan, met hoeveel mensen tegelijk je iets oppakt, waar je loopt, wanneer je kabaal maakt enzovoorts. De confrontatie tussen Sok Chea en Karoby, slachtoffer en dader, is geheel regel-loos. En voor iedereen ongemakkkelijk, juist omdat er geen houvast is.
De monnik zoekt een acceptabele oplossing, en tegelijk een vlotte manier om er zo snel mogelijk een eind aan te maken. Niet alleen heeft hij geen ?model? voor dit probleem: hij loopt ook een risico wanneer de confrontatie conflictueus wordt. De monnik grijpt in op het moment dat het gesprek vastloopt: Karoby heeft zijn belangrijkste statement gemaakt, Sok Chea volhardt in haar afwijzing van zijn ?excuus?. Zij wil wraak, geen recht. Hij wil met rust gelaten worden. Hij zweeft als individu tussen erkenning van zijn verantwoordelijkheid ? in de zin van eigen verantwoordelijkheid voor zichzelf, zijn eigen lot ? en bevestiging van de werking van karma, zowel voor zichzelf als voor anderen. 

Sok Chea is een typisch slachtoffer in de zin van de ?standard total view? (Vickery). zij voldoet aan alle criteria voor een slachtoffer van een boerenrevolutie: een stadsmeisje, erg jong in de tijd dat ze weggevoerd werd met haar familie; dochter van een vader uit de hogere middenklasse. Ze is getuige geweest van de verdwijning van haar vader, dood door ziekte van haar broertje, en bijna-terechtstelling van haar moeder. Na de oorlog is ze redeljik terecht gekomen, heeft nu een baan bij een NGO, verdient zeer ver boven gemiddeld. Ze is door toeval een man tegengekomen die voor haar het kwaad symboliseerde. Het feit dat hij er nog was, en een vrij normale positie in zijn eigen dorp had, boezemde haar angst in. Waar ze nu vooral op uit is, is erkenning voor wat haar is aangedaan. Rechtvaardigheid zoekt ze minder dan een straf voor Karoby die haar positie als slachtoffer onderstreept, en mede daardoor haar angst wegneemt. De mensen moeten weten wat Karoby heeft gedaan ? en wat zij heeft doorstaan. Het contrast tussen slachtoffer en dader is groot. 

Tijdens de confrontatie erkent Karoby dat er van alles is gebeurd, maar weigert te erkennen dat hij aan de excessen (eten van levers etc) heeft deelgenomen. Hij zegt dat hij orders moest volgen, op straffe van de dood. Degenen die ordes van hem ontvingen waren niet gedisciplineerd, en hij had ze niet altijd in de hand. Wat gebeurd is, is gebeurd: hij erkent dat uiteindelijk, is bereid consequenties te nemen. Maar dat zijn zijn persoonlijke consequenties ? die weinig hebben te maken met de slachtoffers. Zijn bereidheid om desnoods voor een rechtbank te staan heeft te maken met zijn niet-deelnemen aan excessen. 
Sok Chea vindt erkening niet genoeg. Ze wil meer, maar weet zelf niet goed wat. Karoby is een slecht mens, en hij komt in haar ogen te gemakkelijk weg.
De monnik vindt het mooi geweest. Hij legt Sok Chea uit dat erkennnig door Karoby van het ?foute? in zijn daden de eerste stap is op weg naar zijn persoonlijke afrekening. 

In Deacon of Death wordt het begrip reconciliatie gerelativeerd. Ook na zoveel jaren zijn er teveel mensen (zoals de houthakker) die te diepe wonden hebben om zich zomaar te ?verzoenen? met wat er in het verleden is gebeurd. Duidelijk wordt welke mechanismen mensen gebruiken om (in het dorp) met elkaar door te blijven kunnen leven.

Credits

Photography Brigitte Hillenius
add. photography Jan van den Berg

Sound: Yos Vong Dara, Max Frick, Han Otten

Editing: Srdjan Fink
Babbe deThouars
Luce van de Weg

Sound editing: Bart Jilesen
Soundpalette

Script:
Marina Alings
Jan van den Berg
Willem van de Put

Music advice: Paul Oomens
Dancing teacher Vuth Chan Moly
Dance: Ouk Somaly

Translations: Ouch Sovanna
Willem van de Put
Liesbeth Blankhart
Peter van Oers

Titles: Guido van Eekelen

Color: correction Hans Buitink

Producers: Chan Theary
Loran Kuijpers
Nathalie Nijkamp
Direction Jan van den Berg

Commissioning editor Babeth M. VanLoo

a co-production of DRS Film and the Buddhist Broadcasting Foundation

the producers wish to thank:
Henk Bakker, Jolie Ermers, Jan van Geloven, Marinde Hurenkamp, Jean Karel Hylkema, Pheng Pong Rasy, Gert van Rees, Sin Khin, Marc Vandenberghe, Dick Willemsen
Stan Neumann, Binger editing workshop, Youk Chhang, Cambodian Documentation Centre
The authorities of Ang Tasom, Healthnet International

Music:
Lou Harrison: Rekindling of the Fire from Solstice (1949)
Leta Miller (flute) & ad hoc ensemble directed by Dennis Russell Davies

Charles Koechlin: La veille fontaine from L'ancienne maison de campagne op. 124 (1923-33)
Deborah Richards (piano)

Valentin Silvestrov: Allegro vivace from Post Scriptum for violin & piano
(1990-91)
Gidon Kremer (violin) & Vadim Sacharov (piano)

Lou Harrison: Molto adagio from Concerto in Slendro (1961)
Maria Bachmann (violin) & California Symphony directed by Barry Jekowsky

Funded by:
BOS Buddhist Broadcasting Foundation
Dutch Cultural Broadcasting Fund
ICCO Interchurch Organisation for Development and Co-operation,
NCDO National Committee for International Cooperation and Sustainable Development.









<< Terug